Dierenkliniek Vrieselaar

Dierenartsen voor gezelschapsdieren in Lemmer
  0514-564433 (ook bij spoed)

Wanneer je merrie niet drachtig wordt of haar veulen verliest


Inleiding

Een aantal merries blijkt na de bevruchting niet drachtig te zijn. Soms sterft de vrucht (het embryo) al in een vroeg stadium. Relatief is het percentage abortus bij paarden hoger dan bij andere diersoorten. Bij de koe en het varken zijn drachtigheids-percentages van hoger dan 90% geen uitzondering. Het paard bereikt deze percentages zelden. Lees hierover meer in het hoofdstuk vruchtbaarheid.
Tussen de 15e en de 50e dag na ovulatie (= eisprong) treedt bij zo'n 4-20 procent van de merries embryonale sterfte op. Op een later tijdstip spreken we van abortus. Hieronder passeren vele oorzaken de revue. 

geboorteweg paard verworpen veulen nageboorte veulens abortus nageboorte
Van links naar rechts:
1. Schets van drachtige merrie met veulen in baarmoeder
2. Verworpen veulen met nageboorte
3. Geaborteerde tweeling met nageboorte


Vroeg embryonale resorptie
Uit onderzoek is gebleken dat 8 tot 12 van de honderd bevruchte merries in de eerste 3 maanden van de dracht de vrucht verliest door vroeg embryonale resorptie.
Daaronder wordt verstaan dat de dracht afbreekt doordat de vrucht afsterft, in de baarmoeder als het ware oplost en door het moederlichaam wordt opgenomen (geresorbeerd). Aan de buitenkant van de merrie merk je daar niets van, behalve dat de merrie weer hengstig wordt. Deze vrucht-resorptie is mogelijk tot en met de derde maand van de dracht. Chromosomale afwijkingen, een afwijkende baarmoeder en endo-toxinen (dat zijn celwand-bestanddelen van bepaalde bacteriën welke vrijkomen bij het 'uiteenvallen' van deze bacteriën) zijn de belangrijkste oorzaken.

Chromosomale oorzaken zijn vaak het gevolg van een verminderde kwaliteit van de eicel. Bij oudere merries kan door bijvoorbeeld 'luchtzuigen' een slechter uterien milieu (uterus = baarmoeder) leiden tot meer embryonale sterfte. Bij een baarmoederontsteking kunnen bacteriën rechtstreeks het embryo doden of de ontwikkeling van het embryo verhinderen. Endo-toxinen kunnen beschadigingen aan baarmoeder en placenta veroorzaken, waardoor ook het embryo 'verloren' gaat.

Abortus

Naast deze embryonale vrucht-resorptie komt bij 7-8% van de vruchten abortus voor. Dit betekent een uitstoting van een nog niet volledig ontwikkelde en daardoor niet levensvatbare vrucht. Deze vruchten kunnen bij abortus dood zijn, maar soms zijn ze levend, maar sterven dan al heel snel. Met behulp van intensieve (en vaak kostbare) verzorging en couveuses, zoals die in ziekenhuizen voor te vroeg geboren babies worden gebruikt, zouden de overlevingskansen van enkele van deze veulentjes kunnen worden verbeterd, maar het succes daarvan is maar heel gering.
Abortus kan gedurende de gehele dracht optreden, maar meestal is dat in de tweede helft. Er zijn veel oorzaken van abortus bekend, waarbij je infectieuze en niet-infectieuze oorzaken kunt onderscheiden. Sommige van de genoemde oorzaken bij vroeg-embryonale resorptie spelen ook een rol bij abortus.

Oorzaken van abortus

1. Rhinopneumonie-virus.
Dit virus is de belangrijkste van de infectieuze oorzaken. Daarover leest u hier meer.
Er zijn nog enkele virussen bekend bij het paard als oorzaak van verwerpen, maar die spelen in ons land nauwelijks of geen rol.
2. Bacteriën.
Bij vroege abortus (90-130 dagen na bevruchting) spelen bacteriën een belangrijkere rol dan op latere tijdstippen van de drachtige merrie. Soms zijn deze bacteriën al bij de dekking of inseminatie in de baarmoeder aanwezig. Denk daarbij vooral aan de veulenhengstigheid. Ook bij merries in slechte conditie en oudere merries kun je dit vaker tegenkomen, en natuurlijk bij (vaak oudere) merries met een slecht sluitende vulva: hierbij dringen de ziektekiemen via de vagina makkelijk de baarmoeder binnen.
Eén van de bacteriën die een rol kan spelen is Leptospira, welke ook maanblindheid kan veroorzaken.
3. Schimmels.
Daarbij zie je nogal eens abortus tussen de 4 en 8 maanden. 
4. Protozoën.
Protozoën zijn eencellige organismen die vooral in landen rond de Middellandse Zee abortus bij drachtige merries kunnen veroorzaken. Deze ziekten staan bekend onder de naam dourine en piroplasmose.
5. Tweelingdracht.
Meer dan 80% van de gevallen van tweelingdracht eindigt in een abortus na de 4e maand, maar meestal later (7-8 maanden). Gelukkig kan met behulp van echografie tweelingdracht tegenwoordig al vroegtijdig ( vanaf 2 weken na inseminatie) worden vastgesteld.
6. Vergiftigingen.
Sommige medicijnen, plantengiften en andere chemische stoffen kunnen abortus tot gevolg hebben. Hierbij moet je ook denken aan endotoxinen die vrijkomen bij sommige infecties met hoge koorts (zie boven onder vroeg-embryonale resorptie).
7. Voeding.
Een plotseling verlaagd energie-niveau in de voeding, bijvoorbeeld in het najaar als de kwaliteit van het weidegras sterk afneemt, kan abortus veroorzaken.
8. Stress.
Stressfactoren zoals ruw transport of overmatige inspanning worden wel genoemd als mogelijke oorzaken van abortus.
9. Hormonen.
Er zijn merries die onvoldoende hormonen maken om de dracht in stand te houden. Dit is van tevoren niet te voorspellen, maar wanneer een merrie meerdere keren achter elkaar aborteert zou je daar aan kunnen denken. In dergelijke gevallen kunne hormonen tijdens een deel van de dracht worden toegediend.
10. Afwijkende vrucht.
Een embryo wat in aanleg al misvormd is heeft een vergrote kans om verworpen te worden. De natuur helpt soms dus een handje, hoe vervelend dat voor de eigenaar soms ook is. Ook afwijkingen in de bouw of functie van vruchtvliezen kunnen tot abortus leiden. Denk ook bijvoorbeeld aan een draaiing van de navelstreng, waardoor de bloedvoorziening van de vrucht wordt bemoeilijkt.
11. Incidentele oorzaken.
Hierbij kun je denken aan inseminatie van een reeds drachtige merrie. De inseminatie-pipet wordt daarbij tot in de baarmoeder gebracht, wat meestal leidt tot vroeggeboorte.
Ook een geforceerde dekking door een hengst die samen weidt met een groep merries kan abortus veroorzaken.
Ook is het mogelijk dat bij een drachtige merrie per ongeluk hormonen worden ingespoten die de hengstigheid moeten opwekken. Laat daarom vooraf een goed echografisch drachtigheids-onderzoek verrichten als u niet zeker weet of uw merrie drachtig is.

Tenslotte

Sommige merrie-houders zijn bang dat een rectaal drachtigheids-onderzoek met of zonder scanner door de dierenarts leidt tot verwerpen. Dat risico is uitgesloten, mits het onderzoek zorgvuldig en onder optimale werkomstandigheden wordt uitgevoerd.

© 2017 Dierenkliniek Vrieselaar
Vissersburen 1
8531 EB Lemmer
0514 - 564433
Contact-formulier