Hoe wordt een hengst gecastreerd en wanneer laat je dat doen?


Inleiding

In Nederland worden jaarlijks vele tienduizenden veulens geboren. Ongeveer de helft daarvan is van het mannelijk geslacht. Slechts een klein gedeelte van deze dieren krijgt de kans zich te bewijzen in de fokkerij als dekhengst. Het overgrote deel zal gebruikt worden in de sport of voor recreatieve doeleinden, en hierbij is het voortdurend uiten van hengsten-gedrag vaak lastig. Dit gedrag wordt veroorzaakt door het mannelijk geslachtshormoon testosteron, dat gemaakt wordt in de testikels (de zaadballen). Het doel van de castratie is daarom niet zozeer het uitschakelen van de zaad-produktie, maar vooral het uitschakelen van de produktie van testosteron. Dit betekent dus dat beide testikels volledig verwijderd worden.


Wanneer kun je het beste laten castreren?

Het meest geschikte moment om een hengst te castreren wordt door meerdere factoren bepaald:
Soms is de verwachtingswaarde van de hengst op grond van zijn bloedlijn, exterieur en eigen prestatie zodanig, dat de eigenaar eerst wil afwachten of het dier goedgekeurd wordt als dekhengst.
Door het dier langer hengst te laten, kunnen sommige exterieur-kenmerken zich beter ontwikkelen (zwaardere bespiering, meer hals). Wanneer dit een overweging dan wel een wens van de eigenaar is, zal het dier op latere leeftijd (b.v. 3-4 jaar) gecastreerd moeten worden.
Afhankelijk van de gekozen castratie methode kan ook het seizoen van invloed zijn op het moment van castreren. Dit is vooral van belang wanneer er een castratie methode gebruikt wordt waarbij de operatiewonden niet gesloten worden. Het voorjaar is dan de beste tijd: de weiden staan vol met gras en het aantal insecten is ten opzichte van de zomer nog gering. Dit betekent dat er voor het paard direct na de castratie een schone omgeving is, waar het dier kan herstellen van de ingreep.
Soms wordt een hengst op erg jonge leeftijd, b.v. als veulen van enkele maanden oud, gecastreerd. De operatie is dan weinig belastend en het veulen herstelt snel. Het dier groeit nadien echter minder goed uit (minder bespierd, minder hals) en zal wat "slungelig" blijven.
In de praktijk komt het erop neer dat de meeste hengsten gecastreerd worden als ze 1–2 jaar oud zijn.

Anatomie

Om de hierna beschreven methoden van castratie goed te kunnen begrijpen, is enige kennis van de anatomie (de bouw) noodzakelijk.
Een testikel bestaat in feite uit de eigenlijke zaad- of teelbal (G), waarin de zaadcellen en het testosteron gemaakt worden, en uit de bijbal (F), waarin de zaadcellen opgeslagen worden en verder rijpen. Bij het ongeboren veulen worden de testikels gevormd in de buikholte. Vlak voor of kort na de geboorte zakken ze door het lieskanaal en komen ze in de lies te liggen, waar op dat moment nog geen duidelijk scrotum (de balzak) (D) aanwezig is. Het scrotum ontwikkelt zich in het eerste levensjaar. Het bestaat uit twee aparte helften, waarin de testikels verder afzakken. De ruimte in het scrotum, waarin de testikels zich bevinden, is eigenlijk een uitbreiding van de buikholte; beide staan met elkaar in open verbinding via het lieskanaal. In het scrotum zijn de testikels omgeven door een uitstulping van het buikvlies (A), de zogenaamde tunica vaginalis (E), die door onderhuids bindweefsel direct verbonden is met de huid van het scrotum (zie tekening hieronder).
Balzak en testikels van de hengst - Dierenkliniek Vrieselaar Lemmer
Doorsnede balzak hengst (zie tekst onder 'anatomie')

Uit de bijbal komt de zaadleider of zaadbuis, die het zaad verder transporteert. Deze vormt samen met de bloedvaten van de testikel de zaadstreng. De zaadstreng loopt omhoog door het lieskanaal de buikholte in. In het bekken mondt de zaadbuis uit in het begin van de urinebuis, die verder doorloopt in de penis.
Wanneer het uitzakken van één of beide testikels niet goed verloopt, ontstaat er ook geen duidelijk scrotum of een scrotum dat maar uit één helft bestaat. Het dier is dan een klophengst. De testikel(s) ligt/liggen in het lieskanaal of nog in de buikholte.
Omdat goed afgedaalde testikels in een uitbreiding van de buikholte liggen, wordt bij het verwijderen van de testikels in feite dus de buikholte geopend. Dit is een belangrijk gegeven. De castratie is niet zomaar even het wegnemen van de beide ballen. Het is een serieuze operatie, die zorgvuldig en precies moet worden uitgevoerd om complicaties te voorkomen. Sommige complicaties kunnen ernstige gevolgen hebben. Onderschat de ingreep daarom nooit!

Voorbereiding voor de operatie (voor een fotoverslag klik hier)

Voordat we met de castratie kunnen beginnen, moet eerst een zorgvuldig algemeen onderzoek van de hengst gedaan worden. Als bij dit onderzoek relevante afwijkingen worden geconstateerd, zoals temperatuursverhoging, diarree of neusuitvloeiing, moet ernstig overwogen worden om de operatie uit te stellen tot het dier weer volledig gezond is. Het betreft hier immers een keuze-operatie. Dit wil zeggen dat er zelden dwingende redenen zijn om het dier met spoed te opereren. Alleen een beklemde liesbreuk, waarbij een darm in het lieskanaal is gezakt en daarin samen met de zaadstreng bekneld zit, als ook een draaiing of een ontsteking van een testikel, kunnen een reden vormen om zo snel mogelijk te opereren. Bij deze aandoeningen is de betreffende scrotumhelft duidelijk gezwollen, en toont de hengst pijn in de vorm van koliek.

Naast het algemeen onderzoek moet natuurlijk ook speciale aandacht besteed worden aan het operatiegebied zelf. Met name worden het scrotum, de twee testikels en de beide liesopeningen afgetast. We letten er speciaal op dat het lieskanaal niet te wijd is en dat er geen ingewanden in uitpuilen. Ook wordt gecontroleerd of beide testikels wel volledig zijn afgedaald in het scrotum en we niet toevallig met een klophengst te maken hebben.
Als het dier een klophengst blijkt te zijn, moet de castratie door een ervaren chirurg in een kliniek worden uitgevoerd. Laat nooit bij een eenzijdige klophengst de afgedaalde testikel alvast maar verwijderen, om vervolgens af te wachten wanneer de andere alsnog afdaalt. Meestal gebeurt dat laatste toch niet.

De castratie, een keuze uit meerdere methoden
In de loop der jaren zijn er verschillende methoden ontwikkeld om hengsten te castreren. Iedere methode heeft haar eigen voor- en nadelen. Er is niet één bepaalde methode als de beste te bestempelen. De keuze voor een bepaalde methode hangt af van diverse factoren. Belangrijk is of de hengst bij de eigenaar/verzorger thuis gecastreerd wordt dan wel in een kliniek, en als het thuis gebeurt of het dan aan het staande of aan het liggende dier gedaan zal worden. Afhankelijk van de omstandigheden zal er voor een bepaalde methode gekozen worden. De voor- en nadelen en de mogelijke risico's daarvan moeten tevoren met de eigenaar bepraat worden. Ondanks het feit dat de castratie vaak goed verloopt, moet men de risico's ervan toch niet onderschatten.

De castratie onder praktijkomstandigheden
Wanneer de eigenaar kiest voor een castratie onder praktijkomstandigheden, bestaan er daarvoor twee methoden.

De half-bedekte methode
(zie deze foto-reportage)
Er wordt een snede gemaakt in de huid van het scrotum en het onderhuidse bindweefsel en in de direct daaronder gelegen uitstulping van het buikvlies, de tunica vaginalis. Deze snede is zo groot dat de gehele testikel gemakkelijk naar buiten gehaald kan worden. Dan wordt de huid met het onderhuidse bindweefsel losgemaakt van de tunica vaginalis en naar boven weggeduwd. De zaadstreng met daaromheen de tunica vaginalis wordt met een speciale kneustang eerst gekneusd en daarna afgebonden met een stevige ligatuur. De testikel wordt verwijderd door de zaadstreng met de tunica vaginalis door te knippen onder de ligatuur. De andere testikel wordt op dezelfde manier verwijderd. De wonden in het scrotum worden niet gehecht maar open gelaten, zodat wondvocht dat na de operatie wordt geproduceerd goed kan afvloeien. Ze groeien na verloop van tijd vanzelf dicht.
Omdat de zaadstreng samen met de daaromheen gelegen tunica vaginalis is afgebonden, bestaat er geen open verbinding meer tussen de buikholte en het scrotum. Ter hoogte van het lieskanaal zit de uitbreiding van de buikholte nu dicht.

Om de half-bedekte methode goed uit te kunnen voeren wordt deze het liefst uitgevoerd aan het liggende dier onder narcose. Het zicht op het operatieveld is dan goed en er kan vlot doorgewerkt worden. Omdat er ook veel schoner gewerkt kan worden is de kans op besmetting met bacteriën klein. Als zich tijdens de operatie onverwachts toch een complicatie voordoet, kan deze efficiënt en professioneel worden opgelost.
Een nadeel van het liggend castreren vormt de algehele narcose. Het paard wordt immers in slaap gebracht en zal daarna ook weer moeten ontwaken en opstaan. Dit vraagt tijd en professionele zorg.

De onbedekte methode
Ook nu wordt via een snede in het scrotum de testikel volledig naar buiten gehaald. Vervolgens wordt alleen de zaadstreng gekneusd en afgebonden. De zaadstreng is daarbij dan dus niet omgeven door de tunica vaginalis; vandaar de naam onbedekte castratie. De zaadstreng wordt daarna doorgeknipt of doorgesneden, zodat de testikel verwijderd kan worden. Ook nu worden de wonden in het scrotum open gelaten.
De onbedekte methode is minder bewerkelijk en gaat daardoor sneller dan de half-bedekte methode. Nog makkelijker gaat het wanneer de zaadstreng niet afgebonden maar alleen gedurende enkele minuten wordt gekneusd, hetgeen in sommige gevallen ook gedaan wordt. Men loopt dan echter de kans dat er een (na)bloeding uit de zaadstrengstomp optreedt. Om een dergelijke (na)bloeding te voorkomen is het veel veiliger om de zaadstreng na het kneuzen ook goed af te binden.

De onbedekte methode is dus eenvoudiger en wordt daarom vaak gebruikt wanneer de hengst staande en onder plaatselijke verdoving gecastreerd wordt. Castreurs doen het vaak op deze manier.
Wanneer een hengst staande gecastreerd wordt, zijn er geen risico's van het neerleggen en weer moeten opstaan van het dier, en evenmin bestaat er een narcoserisico. Het zal ook duidelijk zijn dat het goedkoper is om een hengst staande met een plaatselijke verdoving te laten castreren dan liggend onder narcose.
Echter let op! Na een onbedekte castratie ontstaat er tijdelijk (een aantal dagen) een open verbinding tussen de buikholte en de buitenwereld, omdat het lieskanaal dan nog open is. Het afbinden van de zaadstreng met een ligatuur verandert aan deze situatie niets. Er kunnen door het open lieskanaal bacteriën in de buikholte komen, waardoor een gevaarlijke buikvliesontsteking kan ontstaan. Maar het is ook mogelijk dat darmen via het lieskanaal en de nog open wond in het scrotum naar buiten komen. Wanneer in dat geval niet heel snel deskundig wordt ingegrepen, is dit fataal voor het dier. Het uittreden van darmen is de meest gevreesde complicatie na een onbedekte castratie. De kans dat het gebeurt bedraagt ongeveer 0.8%. Als een eigenaar besluit zijn hengst onbedekt te laten castreren, b.v. omdat dat goedkoper is, moet hij zich wel realiseren dat hij daarbij bewust een risico neemt.

Conclusie

Wanneer de voor- en nadelen van de half-bedekte en onbedekte methode alsmede ook van het staand en liggend castreren tegen elkaar worden afgewogen, moet geconcludeerd worden dat voor de castratie van een hengst onder praktijk-omstandigheden de half-bedekte methode, waarbij de zaadstreng en de tunica vaginalis tesamen met een ligatuur worden afgebonden en die wordt uitgevoerd aan het liggende dier onder narcose, de veiligste methode is.

De castratie in een kliniek

Wanneer een hengst onder praktijkomstandigheden wordt gecastreerd moet er, ondanks een goede voorbereiding en vlot en zorgvuldig werken, toch rekening gehouden worden met een mogelijke besmetting tijdens de operatie. Ook daarom worden de wonden in het scrotum bewust open gelaten. Het wondvocht dat na de castratie in het scrotum ontstaat en mogelijk niet steriel is kan daardoor goed afvloeien, waardoor een ernstige ontsteking in het scrotum ondanks de besmetting hopelijk toch nog voorkomen wordt. Een nadeel van het open laten van de wonden is echter dat er na een goed verlopen operatie naderhand ook nog bacteriën in de wond kunnen komen, waardoor er, zeker als de wond al gedeeltelijk is dichtgegaan, enige dagen later alsnog een wondinfectie kan ontstaan.
Als de castratie in een kliniek wordt uitgevoerd, kan er nog meer aandacht en zorg besteed worden aan de steriliteit. Hierdoor wordt de kans op besmetting tijdens de operatie heel erg klein.
Wanneer een hengst in een kliniek gecastreerd wordt, kan dat heel goed gedaan worden volgens de half-bedekte methode. Omdat de kans op een besmetting tijdens de operatie zo klein is, kan nu echter ook gekozen worden voor een castratie-methode waarbij de operatiewonden niet open gelaten maar dichtgehecht worden. Voordelen daarvan zijn dat de wonden sneller genezen en minder ongemak voor het dier opleveren, en dat er na de operatie geen besmetting van de wond meer mogelijk is.
Er kan nu een keuze gemaakt worden uit een tweetal methodes, die beide worden uitgevoerd aan het liggende dier onder algehele narcose, of er kan gekozen worden voor een zogenaamde laparoscopische castratie, die bijna altijd gedaan wordt aan het staande dier.

De gesloten castratie volgens Müller

Bij deze castratiemethode wordt eerst het scrotum geopend. Nadat de zaadstreng is afgebonden, wordt de testikel verwijderd zonder dat deze bedekt is met tunica vaginalis. Daarna wordt het scrotum weer volledig gesloten door de operatiewonden zorgvuldig te hechten. De kans op complicaties is bij toepassing van deze methode erg klein. Een heel enkele keer kan een zakbreuk ontstaan. Er zakt dan een darm door het lieskanaal in het scrotum, maar omdat het scrotum is dichtgehecht, kan deze darm nooit naar buiten komen. Het dier moet echter wel aan de zakbreuk geopereerd worden. Deze methode moet daarom beslist niet toegepast worden bij een hengst met een wijd lieskanaal.

De gesloten castratie over de lies

Er wordt geen snede gemaakt in het scrotum maar in de lies. Daar wordt dan eerst de zaadstreng opgezocht. Door aan de zaadstreng te trekken wordt de testikel, omgeven door de tunica vaginalis, losgemaakt van de scrotumhuid en naar buiten gebracht. De zaadstreng en tunica vaginalis worden gekneusd, afgebonden met een ligatuur en doorgesneden. De wond in de lies wordt netjes dichtgehecht. Ook nu is de kans op complicaties tijdens en na de ingreep heel erg klein. Een enkele keer ontstaat zwelling van het scrotum door ophoping van wondvocht daarin. Dit trekt meestal vanzelf weer weg.

De laparoscopische castratie

In de afgelopen jaren is er een castratiemethode ontwikkeld, die heel anders verloopt dan de tot nu toe beschreven methoden, omdat daarbij de testikels niet verwijderd worden. Deze methode staat bekend als de laparoscopische castratie.
In feite is dit een kijkoperatie in de buik, zoals die bij de mens erg vaak wordt toegepast o.a. bij galblaasoperaties.
De laparoscopische castratie wordt uitgevoerd aan het staande dier. Er wordt gewerkt met lange smalle instrumenten, die via dunne buizen door de buikwand heen in de buikholte worden gebracht, samen met een instrument waaraan een lampje, lensjes en een camera zitten, waardoor het beeld uiteindelijk zichtbaar gemaakt wordt op een beeldscherm. Daarop kan de chirurg dan precies zien wat hij/zij in de buikholte doet.
Bij deze methode worden in de buikholte de bloedvaten in de zaadstreng afgebonden en wordt de zaadstreng doorgeknipt. Het gevolg daarvan is dat de testikels geen bloed meer krijgen. Ze verschrompelen en maken dan geen zaadcellen en ook geen mannelijk geslachtshormoon meer. Nogmaals: de testikels worden niet verwijderd, maar de hengst wordt wel een echte ruin.
Het voordeel van de laparoscopische castratie is allereerst dat het gedaan wordt aan het staande dier. Er zijn geen risico's van het neerleggen en weer moeten opstaan van het dier en evenmin bestaat er een narcoserisico. De hengst wordt voor de operatie wel rustig gemaakt, maar verder gebeurt de operatie onder plaatselijke verdoving van de buikwand op die plaatsen waar het instrumentarium door de buikwand heen gestoken wordt. Er worden in totaal zes heel kleine wondjes gemaakt, en wel in elke flank drie. Deze wondjes zijn zo klein dat voor de sluiting daarvan volstaan kan worden met één of twee huidhechtinkjes per wondje.
Het dier heeft van een laparoscopische castratie doorgaans minder te lijden dan van een castratie waarbij de testikels verwijderd worden. Het dier zal daardoor ook nog wat sneller van de ingreep herstellen. De kans op het optreden van complicaties is heel erg klein. Een nadeel is dat er na de operatie geen 100% zekerheid bestaat dat beide testikels inderdaad volledig gaan verschrompelen. Bij ongeveer 5% van de gevallen blijven één of beide testikels toch nog geslachtshormoon produceren, waardoor het dier hengstengedrag blijft vertonen. Het is daarom gebruikelijk om één week na de operatie een bloedmonster te nemen en hierin het testosterongehalte te laten bepalen. Als dat te hoog blijft, moeten de beide testikels alsnog operatief verwijderd worden.

Zorg voor de pas geopereerde ruin


Een pas gecastreerde ruin heeft, afhankelijk van de manier waarop hij geopereerd is, wel wat speciale zorg nodig. Zo zal een paard dat onder volledige narcose geweest is enige tijd nodig hebben om te herstellen en weer vast op de benen te staan. Een rustige plek (zonder andere paarden) in een schone box of weide waar het dier zich niet kan bezeren is gewenst in zo’n geval. Voor alle dieren die gecastreerd zijn op zo’n manier dat er een wond is ontstaan geldt dat er altijd controle van de wond moet plaatsvinden. Een manier om wondzwelling voor te zijn is het dier de mogelijkheid te bieden om licht in beweging te blijven, zoals in de weide (een paddock met zand is minder geschikt in verband met vuil dat in de verse wond kan komen). Een paard dat op de “open “ manier gecastreerd is, zal een iets groter risico lopen op nadien uittreden van darmen via de wond (zie: complicaties na de castratie) en moet daar dus gedurende enkele dagen op gecontroleerd blijven worden.
Als geen van de hierna te noemen complicaties optreden zal het dier snel van de operatie herstellen en na enkele dagen alweer lichte arbeid kunnen verrichten.



Welke complicaties kunnen er ontstaan na castratie van je hengst

Ondanks het grote aantal castraties dat jaarlijks in de praktijk wordt uitgevoerd, zien we gelukkig niet vaak ernstige complicaties optreden. Sommige complicaties hangen samen met het feit dat de wonden in het scrotum open gelaten worden.
De meest voorkomende complicaties zijn:
Zwelling van het scrotum en de koker
Dit is de meest voorkomende maar ook de minst ernstige complicatie. In feite treedt na iedere castratie enige zwelling op, die na enkele dagen vanzelf weer verdwijnt. Teveel zwelling kan worden voorkomen door snel te opereren en de weefsels daarbij zo min mogelijk te beschadigen. Ook is het belangrijk het dier na de castratie voldoende beweging te geven. Het routinematig afspuiten van het scrotum is ongewenst, tenzij er heel veel zwelling optreedt. In dat geval moet ook de dierenarts gewaarschuwd worden om de oorzaak van de sterke zwelling vast te stellen. Meestal zijn één of beide wonden in het scrotum te vroeg dichtgegaan. Het weer openen daarvan is dan vaak voldoende om de zwelling weg te laten trekken.
Ontsteking in het scrotum
Bij deze complicatie speelt behalve snelheid ook de steriliteit tijdens de castratie een belangrijke rol. Als er door besmetting met bacteriën een ontsteking in het scrotum ontstaat, blijft dat veel te dik en komt er pus uit één of beide wonden. Het paard kan er ook ziek van zijn. Deskundige behandeling is dan nodig. De besmetting met bacteriën kan dus tijdens de castratie plaatsvinden, maar het kan ook daarna gebeuren zolang de wonden nog niet geheel gesloten zijn.

Ontsteking van de zaadstrengstomp

Dit is een erg vervelende complicatie. Er heeft zich nu een ontstekingsproces ontwikkeld aan de stomp van de zaadstreng. Ook nu blijft er pus uit één of beide castratie-wonden komen. Vaak zal besloten worden om het dier met antibiotica te behandelen. In een aantal gevallen heeft dat succes, maar het kan ook op een teleurstelling uitlopen. In dat geval is een tweede operatie nodig, waarbij de zaadstreng-stomp met al het ontstoken weefsel verwijderd wordt. Een dergelijke operatie kan lang duren en technisch lastig zijn, en moet daarom in een kliniek gedaan worden.
Nabloeding
Soms druppelt er nog een tijdje bloed uit de wond. Dit bloed komt dan uit de ingesneden huid of uit het onderhuidse bindweefsel. Dergelijke kleine bloedingen stoppen vanzelf. Wanneer het bloed echter in een straaltje uit de wond loopt, is er sprake van een ernstige bloeding, waarbij het bloed uit de zaadstreng komt. De kans op een zaadstreng-bloeding is groter wanneer de zaadstreng alleen maar gekneusd en niet is afgebonden. Maar ook wanneer de zaadstreng is afgebonden kan daaruit toch een enkele keer een bloeding optreden, doordat de ligatuur niet strak genoeg zit of omdat er een knoop is losgegaan. Bij verdenking op een zaadstreng-bloeding mag er niet langer worden afgewacht, maar moet het paard zo snel mogelijk naar een kliniek gestuurd worden.
Uittreden van darmen via de wond
Dit is de meest gevreesde complicatie. Gelukkig komt het niet vaak voor. De kans erop is het grootst na een onbedekte castratie of na een half-bedekte castratie waarbij de zaadstreng en tunica vaginalis niet zijn afgebonden. Na een half-bedekte castratie waarbij de zaadstreng en tunica vaginalis wel zijn afgebonden, is de kans op het uittreden van darmen vrijwel nihil.
Wanneer het optreedt, moet er met de grootste spoed deskundig gehandeld worden, anders is de afloop fataal. Het dier moet zo snel mogelijk naar een kliniek gebracht worden, maar voor het transport moeten thuis eerst nog een paar noodzakelijke maatregelen getroffen worden. De dierenarts moet dus echt heel snel komen.
Soms komt er geen darm maar een soort vlies (omentum) uit de wond. Dit is gelukkig minder ernstig, maar de dierenarts moet toch wel direct gewaarschuwd worden.
Mannelijk gedrag na castratie
Dit kan veroorzaakt worden door het niet of onvolledig wegnemen van één of beide testikels. Als er testikelweefsel is achtergebleven, blijft dat mannelijk geslachts-hormoon produceren. Dit hormoon is dan gemakkelijk in het bloed aan te tonen.
Maar let wel op: sommige, en dan met name oudere hengsten, kunnen ook als ze geen geslachtshormoon meer produceren toch nog hengstengedrag blijven vertonen.

Slotopmerking

Wanneer een eigenaar besluit zijn hengst te laten castreren, moet hij beslissen waar en door wie hij dat laat doen. Voor sommige eigenaren is dat geen vraag. Zij hebben voldoende ervaring opgedaan, hetzij in positieve hetzij in negatieve zin. Andere eigenaren willen overleggen. De eigen (erkende paarden)dierenarts is daarvoor dan de eerst aangewezen persoon. Hij/zij kan de eigenaar voorlichten over de verschillende methoden die er bestaan en de daaraan verbonden voor- en nadelen, ook als het gaat om de keuze tussen een castratie onder praktijkomstandigheden of in een kliniek. In dat overleg en bij de uiteindelijke besluitvorming spelen ook nog andere factoren een rol, zoals de leeftijd van de hengst en vaak ook de waarde van het dier en dat laatste wordt dan weer afgezet tegen de kosten van de castratie. Zo zijn aan een castratie in een kliniek minder risico's verbonden en het herstel van het dier zal doorgaans vlotter verlopen, maar de rekening is ook hoger. Kwaliteit bij de uitvoering van de castratie kost geld. De behandeling van onverwachte of onvoorziene complicaties kost echter ook geld, en soms kost het zelfs een paard. Financiële aspecten mogen bij de besluitvorming best een rol spelen, maar het belang van het dier moet toch centraal blijven staan. Voor dit laatste zijn eigenaar en dierenarts samen verantwoordelijk!

• Engels: Cutting horses / Castration is one of the most common surgical procedures performed in equine medicine.

*Dit artikel is overgenomen uit een publieksfolder van de Groep Geneeskunde van het Paard, uitgegeven door de KNMvD.

© 2016 Dierenkliniek Vrieselaar
Vissersburen 1
8531 EB Lemmer
0514 - 564433
Contact-formulier

Leerzaam en leuk om te doen:
DIERENQUIZ
PAARDENQUIZ
Het is vandaag