De geboorte van het veulen en wat daaraan vooraf gaat


Inleiding
In het voorjaar en in de zomer kunt u veel merries met veulens in de weides zien. In onze provincie zult u vooral Friezen tegenkomen: zwarte paarden met lange golvende manen.


Een merrie wordt ‘hengstig’ in het voorjaar en zomer, dus wanneer de dagen langer worden, de zon meer gaat schijnen en het gras gaat groeien. In een hengstigheid (oestrus) kunnen ze worden gedekt of geïnsemineerd. Tel je daar een gemiddelde draagtijd bij op van 11 maanden dan zullen dus vooral in het voorjaar en begin van de zomer veulens worden geboren.

geboorte veulen in paddock
Veel bekijks bij de geboorte van een veulen

Inseminatie
De meeste merries in Nederland worden door middel van kunstmatige inseminatie drachtig. Dagelijks worden de eierstokken en baarmoeder van hengstige merries met behulp van echografie door de dierenarts onderzocht. Aan de hand van die bevindingen wordt bepaald op welk tijdstip de merrie moet worden geinsemineerd en ook of ze eventueel met medicijnen moet worden behandeld. De hengstenhouder verzamelt met een kunstschede het sperma bij de hengst en dit wordt, na nogal wat bewerkingen in het laboratorium, verdeeld over het aantal merries wat die dag moet worden geinsemineerd. Na ongeveer 15 dagen kan de dierenarts met de echo al vaststellen of de merrie drachtig is.

Voortekenen van een geboorte
Ook voor ervaren fokkers blijft het moeilijk om het juiste moment van de bevalling te voorspellen. De verhalen van mensen die vele weken in de stal bij hun paard slapen zijn geen uitzondering. Sommigen zijn even in huis gegaan om de krant te gaan lezen, komen na tien minuten terug in de stal en worden verrast door een zojuist geboren veulen. De meeste paarden stellen dit moment uit totdat er absolute rust heerst op stal en zij het minst kans lopen om gestoord te worden.

De geboorte
youtube film geboorte KWPN veulen Klik op dit plaatje om een YouTube filmpje te zien over de geboorte van een veulen

Het eerste teken van een naderende is dat het uier groter wordt; er komt melk in en op de punten van de tepels verschijnen de zogenaamde ‘harsdoppen’. Men noemt dit ook wel ‘kegelen’. Maar dat kan soms al vele dagen voor de geboorte beginnen. Zweten, rondlopen, liggen en weer opstaan, kijken naar de buik, een plashouding aannemen: het zijn allemaal tekenen dat de geboorte is begonnen.

Het eigenlijke veulenen gebeurt in drie fasen:
1. De contractie-fase
In deze fase begint de baarmoeder samen te trekken onder invloed van het hormoon oxytocine. Dit hormoon wordt ook bij de vrouw gebruikt om een geboorte in te leiden.
Door dat samentrekken van de baarmoeder zal het veulen, dat gedurende de dracht op de rug ligt als in een hangmat, gaan draaien en tegen de baarmoederhals aankomen, waardoor deze gaat ontsluiten. De merrie is rusteloos en kijkt veel naar de flanken.

2. De uitdrijvingsfase
Als de baarmoedermond open gaat komt de waterblaas in het geboortekanaal en zorgt voor meer oprekking. Door druk in de vagina zal deze waterblaas knappen. De merrie gaat nu liever liggen omdat er vruchtdelen (benen, hoofd) in de geboorteweg komen. Als ze ligt kan ze trouwens ook beter mee persen.
De geboorte verloopt nu doorgaans heel snel en heftig. Het is belangrijk dat het veulen in de juiste ligging wordt geboren: eerst de beide voorbenen en dan het hoofdje. Als de geboorte normaal verloopt, en meestal is dat binnen een kwartier gebeurd, zie je dat de achterbenen soms nog in de merrie blijven zitten terwijl de navelstreng nog vast zit. Er stroomt nog steeds bloed van de merrie naar het veulen. Zodra de merrie gaat staan breekt de navelstreng. De merrie gaat het veulen drooglikken en zal snel proberen het veulen te doen staan. Het is altijd wonderlijk te zien dat een veulen vrijwel onmiddellijk na de geboorte al kan staan.

3. De uitdrijving van de nageboorte
Gewoonlijk wordt binnen drie uur na de geboorte van het veulen de nageboorte afgedreven. Friese paarden blijven vaker dan andere rassen aan de nageboorte staan. De wetenschappelijke benaming daarvoor is 'retentio secundinarum'.
Doorgaans krijgt een merrie die "aan de nageboorte staat" eerst een infuus met o.a. oxytocine om het afkomen te bespoedigen. Als dat niet lukt moet de nageboorte er manueel (met de hand) worden afgepeld. Het is belangrijk dat er geen stukjes blijven zitten omdat de merrie dan ernstig ziek kan worden. Zo’n nageboorte ziet er uit als een maillot met dichtgebonden pijpen (zie foto).

nageboorte merrie Nageboorte van een merrie

Na de geboorte is het verstandig merrie en veulen met rust te laten, zodat ze aan elkaar kunnen wennen. Zodra het veulen staat zal het melk gaan drinken. De eerste melk heet biest. En dat laatste is een stressvolle dagtaak voor het veulen: minstens 50 keer per dag zoekt het veulen naar het uier van de merrie om er te gaan drinken.

Bijvoeren van het veulen

Veulens die na de geboorte op normale wijze bij de merrie kunnen drinken, geven de paardeneigenaar zeker de eerste tijd van hun groei weinig problemen. De moedermelk geeft het jonge dier de eerste weken alle voedingsstoffen die het voor zijn ontwikkeling nodig heeft.
Merriemelk alleen is echter onvoldoende: wanneer het veulen 4-6 weken oud is, moet men beginnen met het bijvoeren van wat veulenbrok en hooi van goede kwaliteit. Dit extra voeren heeft een goede ontwikkeling van het veulen tot volwassen paard tot gevolg.

Socialisatie en spenen van veulens
Veulens hebben een lange gevoelige periode waarin ze hun sociale vaardigheden ontwikkelen. Veulens ontwikkelen hun sociale en fysieke vaardigheden het best wanneer ze permanent in het weiland worden gehouden, met minstens nog één ander veulen, liefst van gelijk geslacht.
Natuurlijk spenen vindt plaats doordat de moeder op acht tot negen maanden het veulen geleidelijk aan minder laat drinken. Vroeg abrupt spenen geeft aantoonbaar meer ontwikkeling van abnormaal gedrag zoals stereotype gedragingen.

Spenen van het veulen
Een veulen kan worden afgespeend als het vier maanden oud is, maar in de praktijk blijkt dat aan de vroege kant te zijn. Het is beter om met spenen te wachten tot een leeftijd van 5 tot 6 maanden, waarop het veulen definitief aan de moederlijke zorg wordt onttrokken.. In de praktijk betekent dat meestal wordt gewacht tot de stalperiode.

Het merendeel van de veulengeboortes vindt plaats in april en mei, afhankelijk van het paarden- of pony-ras. Dit betekent dat de meeste veulens in september, oktober en november worden gespeend. Deze herfstmaanden zijn vanzelfsprekend niet de plezierigste voor het jonge dier, dat dan op eigen benen moet leren staan.
Het feit dat het veulen juist dan de moedermelk moet missen, maakt de situatie er voor het dier niet rooskleuriger op. Een tijdelijke stilstand in de ontwikkeling is vaak het gevolg.

© 2016 Dierenkliniek Vrieselaar
Vissersburen 1
8531 EB Lemmer
0514 - 564433
Contact-formulier

Leerzaam en leuk om te doen:
DIERENQUIZ
PAARDENQUIZ
Het is vandaag